In de IT-industrie is een een flink aantal technologische innovaties juridisch vastgelegd in cruciale patenten. Het gebruik van die patenten wordt bepaald door de zogenaamde FRAND-voorwaarden. FRAND is een Engelse afkorting voor de begrippen 'Fair', 'Reasonable' and 'Non-Discriminatory' en bepaalt dat houders van cruciale patenten niemand een licentie mogen weigeren. Voorbeelden van zulke standaardessentiële patenten met FRAND-voorwaarden zijn 3G-technologie, USB, HDMI, 802.11n Wi-Fi en H.264/MPEG-4.
Eerdere situatie
In het verleden was het zo dat bedrijven met standaardessentiële patenten exorbitant hoge royalties konden vragen voor gebruik van technologie of anderen het gebruik van eigen ontwikkelde innovaties simpelweg konden weigeren, waardoor technologie exclusief gebruikt kon worden. Omdat fabrikanten graag zien dat hun technologie binnen een standaard wordt opgenomen en dit tevens een wens van de standaardbepalende organisaties zelf is geweest, zijn de FRAND-voorwaarden in het leven geroepen.
Voorbeeld: fabrikant A ontwikkelt een chip voor 4G-netwerkverkeer en wil deze technologie patenteren. Een aantal standaardbepalende organisaties (zoals die op gebied van 4G), vereisen van eigenaren van patenten die onderdeel worden van een standaard dat deze zich houden aan de FRAND-voorwaarden. Als fabrikant B de chip ook in een product wil gebruiken, moet dat dus mogelijk zijn. Om hiervoor te zorgen, zijn de voorwaarden van het gebruik van de chip, vastgelegd in een herenakkoord: een FRAND-patent. Fabrikant A mag andere partijen dus geen licentie weigeren, sterker nog, ze zijn verplicht om de octrooien te licentiëren op eerlijke, redelijke, en niet-discriminerende voorwaarden aan fabrikant B.
Misbruik FRAND aan de orde van de dag
Het feit dat FRAND staat voor een Fair (eerlijke) Reasonable (redelijke) en Non-Discrimatory (niet-discriminerende) overeenkomst, maakt dat je geneigd bent te denken dat het hanteren van dergelijke constructies het juridisch getouwtrek tussen IT-grootmachten ontmoedigt. Het probleem is echter dat FRAND in feite niets meer is dan een vage afspraak is tot wederzijdse terughoudendheid bij het inzetten van standaardessentiële patenten.
Deze afspraken worden in de praktijk bij de vleet geschonden, zo valt op te maken uit de talloze rechtszaken tussen met name Apple, Motorola, Microsoft, Google en Samsung. Zo zou Samsung Apple ten onrechte gebruik van een licentie geweigerd hebben, zou Motorola aan Microsoft te hoge royalties vragen voor het gebruik van webvideo, vraagt Motorola Apple teveel geld voor 3G-technologie en zorgt de fusie tussen Google en Motorola er volgens andere partijen voor dat het risico op misbruik van cruciale patenten te hoog wordt. Niemand lijkt zich te houden aan het credo: 'ik geef iets weg, maar ik krijg er ook iets voor terug'.
Juridische puinhoop
Dit soort problemen maken dat de patenten die gelden rond innovatie en technologie een stuk ingewikkelder zijn geworden. Het door FRAND beoogde effect was dat de consument zou juist moeten merken dat de compatibiliteit tussen producten hoger wordt en de prijzen ervan lager, maar het tegengestelde blijkt waar. Alles wat met innovatie te maken heeft, wordt gepatenteerd onder FRAND-voorwaarden en wil je iets nieuws ontwikkelen met gebruik van bestaande technologie dan zul je ook overal toestemming voor dienen te krijgen en hiervoor "redelijke" prijzen moeten betalen.
Maar wat is een "eerlijke" prijs om technologie te gebruiken? En wat nu als iedere fabrikant op een andere wijze invulling aan eerder gedane beloften geeft? Dat leidt bij het maken van overeenkomsten tussen genoemde grootmachten onherroepelijk tot problemen. Vandaar dat Microsoft en Apple in februari de handen ineen geslagen hebben in een poging het huidige FRAND-systeem te veranderen.






-
-
Er zijn nog geen reacties.Reageer
Preview