Thuiswerken is prachtig, maar het is niet perfect. Sta eens stil bij deze 17 narigheden van het thuiswerken, opdat u weet waar u aan begint.
Thuiswerken is geweldig. Ik doe het al bijna 20 jaar vrijwel fulltime. Maar het is niet perfect. Thuis werken heeft zijn eigen narigheden, en niet iedereen ziet die aankomen – met name de mensen niet die zelf niet aan thuiswerken doen.
Sommige thuiswerkfrustraties zijn kleine dingen die te triviaal lijken om over te zeuren, vooral als je zelf elke dag uren vast zit in de file. Maar andere zaken zijn grote problemen die grote invloed op je carrière kunnen hebben. In dit artikel geef ik een aantal voorbeelden uit beide categorieën, samengebracht door thuiswerkers die veel te veel eigen ervaring hebben.
In deze eerste helft gaat het om kleine zaken die je, ieder voor zich, nooit zouden weerhouden aan thuiswerk te beginnen. Maar met zijn allen bij elkaar tikken ze nog aardig aan…
1. Geen gratis voer.
Tijdens zware deadlines en bij belangrijke bijeenkomsten laat het bedrijf vaak een lunch of zelfs ‘diner’ aanrukken voor de deelnemers die lijfelijk aanwezig zijn. Mensen die thuiswerken kunnen geen aanspraak maken op die gratis pizza, de vietnamese loempia’s, de bak chinees of de nieuwe haring die het kantoor laat aanrukken. Dergelijk voedsel is nou niet echt altijd van topkwaliteit, en als thuiswerker ben je natuurlijk volledig vrij om de trap je eigen keuken in te stappen, maar toch: je wordt als thuiswerker op die manier wel buiten de groep geplaatst. Bovendien doet een pizza net zoveel voor de motivatie van thuiswerkers als voor die van de kantoorcollega’s. (Trouwens, je eigen keuken heeft ook zo zijn nadelen. Vele thuiswerkers hebben in rap tempo een reeks kilo’s bijgespaard dankzij de grote verleiding van de eigen voorraadkast.)
2. Technologie staat in de weg.
Je kunt niemand te hulp roepen met de juiste vaardigheden of hardware om even een remote meeting met screen sharing, webcams enzovoorts voor je op te zetten. En dus gaat er nogal wat tijd verloren omdat je dat allemaal zelf mag uitvogelen. En dan hebben we het nog niet eens over je internetverbinding: als die kuren vertoont, kun jij je werk niet meer doen.
3. Je moet jezelf aan het werk zetten.
Voor sommigen is thuiswerken moeilijk omdat er geen opwarmperiode aan vooraf gaat die je normaal gesproken in de auto of met de krant en een koffie in de trein gebruikt om je dag enigszins in kaart te brengen.
4. Er is geen reden je fatsoenlijk te kleden.
Een voordeel van thuiswerken is dat je de hele dag in je pyjama door het huis kunt stiefelen. Maar het betekent ook dat je nooit eens een excuus hebt om je nieuwe luchtje te gebruiken, of make-up en juwelen te dragen. En niemand die je een complimentje geeft over je nieuwe sweater. (Die rooie.)
5. Je mist de ‘bijeenkomst na de vergadering’.
Je ziet dat altijd gebeuren op kantoor: nadat de vergadering voorbij is, en iedereen gedag heeft gezegd, en de speakerphone wordt uitgezet. Meteen daarna gaat de conversatie rond de vergadertafel verder, maar dan op een veel meer ontspannen toon dan toen iedereen er nog aan meedeed.
6. Je komt te laat achter belangrijke gebeurtenissen.
Teamleden zijn geneigd bijeenkomsten (zoals trainingen, maar ook leuke uitjes) te plannen op een tijdstip dat voor thuiswerkers buitengewoon ongunstig is. Vaak lukt het gewoonweg niet meer nog tijd vrij te maken, of is het simpelweg te duur of te zinloos om nog te proberen bij zoiets aanwezig te zijn.
7. Mensen vergeten rekening te houden met tijdzones.
Binnen Nederland hebben we daar natuurlijk nooit mee te maken, maar zodra je bijvoorbeeld vanuit Engeland je werk wilt doen, bellen ze je net zo makkelijk om 6 uur je bed uit (“Oh, sorry dat ik je wakker bel – ik heb een vraag voor je!”). Je kunt je voorstellen dat dit bijvoorbeeld in Amerika een nog veel groter probleem is.
8. De vele problemen van de teleconferentie.
Oh, dat zijn er zoveel - waar te beginnen? Er zijn maar weinig mensen die de etiquette van de teleconferencing begrijpen, en dat terwijl je als thuiswerker juist heel vaak in zo’n teleconferentie verzeild raakt. Een voorbeeld: de ergernis als degene die de teleconferentie (met een half dozijn deelnemers) leidt, de bijeenkomst begint door te vragen: “Wie is er aanwezig?” Dat leidt ertoe dat iedereen aan de lijn zich afvraagt of het zijn beurt is om te spreken, of dat juist iedereen tegelijk begint te roepen. Als je dit soort bijeenkomsten wekelijks houdt, hou het dan alsjeblieft simpel en loop even het lijstje langs (Frits? “Ja!” Henk? “Yup!” Esther? “Present!” en zo voorts).
We zouden uren kunnen doorgaan over de vreselijke gewoonten waar je bij het teleconferencen tegenaan loopt, maar laten we in elk geval een paar ergernissen noemen waar je als thuiswerker zeker mee te maken krijgt:
• Die afgrijselijke wachtmuzak. Het ergste is als je van arren moede begint mee te zingen en dan midden in je Lee Towers imitatie plots de conferentie binnen dondert. (Euh – goedemorgen allemaal…)
• Mensen die een inbelcode sturen zonder rekening te houden met mensen die zo’n code moeten lezen of intoetsen. Stuur alsjeblieft +31-12-345-6789, en niet 31123456789.
• Mensen die zo’n bijeenkomst organiseren en dan zelf te laat komen. Thuiswerkers zitten dan tien minuten lang naar wachtmuzak te luisteren en zich af te vragen: “Het was toch vandaag? Heb ik wel goed in mijn agenda gekeken? Ben ik misschien te laat?”
• Mensen die mompelen, of heel zachtjes praten, of hun stem alle kanten op slingeren behalve naar de microfoon, zodat niemand aan de telefoon ze kan volgen. Of mensen die vlak naast de microfoon met hun papieren of pen gaan spelen, zodat niemand aan de telefoon het gsprek nog kan volgen. Hoe vaak kun je beleefd vragen of iemand misschien alsjeblieft wat duidelijker kan praten?
• Mensen die met idiote achtergrondherrie aan de meeting deelnemen, zodat iedereen weet welke trein ze net hebben gemist of welk vliegtuig gaat boarden, maar niemand elkaar nog kan horen spreken (zit er geen mute-knop op die telefoon?).
• Mensen die een bijeenkomst organiseren en vervolgens vergeten de thuiswerkers via teleconferencing te laten deelnemen.
En dan hebben we het alleen nog maar over de kleine ergernissen gehad.