Waar je ook komt, altijd staat er wel iemand klaar om je iets te vertellen (of te verkopen) dat met cloud computing te maken heeft. Wie ermee aan de slag wil, moet zich een weg banen door een flinke hoeveelheid kletskoek.
Waar je ook komt, altijd staat er wel iemand klaar om je iets te vertellen (of te verkopen) dat met cloud computing te maken heeft. Om te kunnen bepalen of je er überhaupt wat aan hebt, en zo ja, wanneer en hoe, moet je je een weg zien te banen door een flinke hoeveelheid kletskoek. Bij deze onze lijst van meestvoorkomende fabels.
Er zijn tenminste drie vormen van “cloud computing”, elk met zijn eigen voor- en nadelen. Je hebt:
1.   “Infrastructure as a service” (IaaS): kant-en-klare fysieke en/of virtuele servers die op verzoek beschikbaar zijn via bijvoorbeeld
2. &nsbp Aanbieders van Webdiensten, ofwel “platform as a service” (PaaS): API’s of ontwikkelingsplatforms die klanten in de cloud applicaties laten creëren en draaien;
3.   Software as a Service (SaaS): applicaties zoals de CRM-software van Salesforce.com die gebruikers via het internet benaderen waarbij er weinig tot geen code op hun eigen machines draait.
Het type applicatie dat je draait en het soort data dat je genereert is ook van belang bij de beslissing of (en hoe) je de overstap naar de cloud maakt. Dit brengt ons bij:
Als je een eenzame ontwikkelaar bent die tijd over heeft is het misschien geen probleem om een server, al dan niet virtueel, vanaf de opdrachtprompt te configureren. Maar als je een bedrijf draaiende moet houden kan het installeren en configureren van het besturingssysteem, verschillende applicaties en databaseverbindingen je winst danig in de weg zitten. En als je groot genoeg bent om standaarden voor beveiliging, gegevensformaten of gegevenskwaliteit te hebben, dan moet ook dat werk door iemand worden gedaan.
“Sommige leveranciers suggereren dat een zakelijke gebruiker gewoon binnen een kwartier een ontwikkelingsserver aan kan schaffen die even goed is als de server die hun IT-afdeling in een dag of drie, vier zou afleveren,” zegt Michael Kollar, hoofdarchitect bij Siemens IT Solutions and Services North America, waar zo’n 2500 gevirtualiseerde servers cloudgebaseerde applicatiediensten aanbieden aan zowel interne gebruikers als externe klanten. Volgens hem is er een grote kans dat zo’n cloudgebaseerde server niet veilig is, niet aan de bedrijfsstandaard voldoet, of niet in de bredere IT-omgeving kan worden geïntegreerd.
Bijvoorbeeld: zelfs een Webserver die slechts voor een kortlopende marketingcampagne in de cloud wordt losgelaten moet misschien wel voldoen aan de standaarden voor beveiliging en gegevensformaten van het bedrijf. De klantgegevens die worden verzameld, zijn tenslotte onderworpen aan dezelfde bedrijfs- en wettelijke standaarden als “echte” IT-systemen, zegt Kollar, en de gegevens moeten gebruikt kunnen worden door klantentrackingsystemen of voor analyse door het bedrijf.
Veel aanbieders van infrastructure-as-a-service kunnen ook niet aan de behoeften van bedrijfsapplicaties voldoen. Phil Calvin, oprichter en CTO van Sitemasher, probeerde een cloudaanbieder te vinden om de servers te beheren die hij nu zelf beheert in een gemeenschappelijke ruimte. “We konden niemand vinden om onze standaard servers op verzoek te schalen,” zegt hij. De cloudleveranciers konden ook de benodigde prestaties niet bieden, zoals een gegarandeerde snelheid, of global load balancing tussen datacentra.
Amazon.com kondigde laatst een publieke bèta aan van nieuwe features, waaronder auto-schaling, toezicht, en load balancing. In een blogpost zei cloudmanagementleverancier RightScale dat de nieuwe mogelijkheden een stap in de goede richting zijn, maar dat er aantal noodzakelijke dingen missen, zoals configuratiemanagement en lifecyclemanagement.