9. Zorg dat je het verschil weet tussen bandbreedte en latency. Latency is de tijd die een pakket nodig heeft om van A naar B te reizen. Bandbreedte is het maximale dataverkeer dat de verbinding aan kan. Het een heeft met het ander te maken, maar het is niet hetzelfde. Hoog bandbreedte-gebruik kan ervoor zorgen dat de latency hoger wordt, maar als de verbinding nog niet volledig wordt benut, gaat meer bandbreedte niet voor minder latency zorgen.
10. Schrijf eens een script. Iedereen zou in staat moeten zijn even een scriptje in elkaar te draaien om snellere resultaten te behalen. Dat maakt je geen programmeur; echte programmeurs voegen error messages toe, draaien stresstests en documenteren de zaak. Dat hoef je allemaal niet te doen. Maar je zou wel in staat moeten zijn iets in elkaar te zetten dat gemakkelijk en snel regels kan verwijderen, mails kan verzenden of bestanden kan kopiëren.
11. Maak backups. Voordat je ook maar iets doet: maak een back-up. Het is voor je eigen bestwil.
12. Test je backups. Als je niet test of je back-ups bruikbaar zijn, kun je net zo goed geen backups maken. Geloof me.
13. Documenteer je werk. Schrijf op wat je gedaan hebt, zodat anderen niet hoeven uit te vogelen hoe jij iets precies hebt gedaan. Zelfs als ontzettend duidelijk is wat je gedaan hebt en waarom: schrijf het op!
14. Lees ‘Het koekoeksei’ (of, beter nog, het origineel: 'The cuckoo's egg'. Dit is waarschijnlijk het beste boek over beveiliging dat er is. Niet omdat het zo technisch is, maar omdat het dat juist níét is. En nee, ik krijg geen percentage van Cliff Stoll (de auteur).
15. Maak nachtwerk van een teamproject. Niemand houdt hiervan, maar het hoort bij IT. Een hele nacht doorhalen voor een vervelend project is geen pretje, maar het schept wele en band. En dat kan later erg goed van pas komen.
16. Trek ook eens wat kabels. Het ziet er gemakkelijk uit, maar dat is het niet. Het is een vervelend karwei, maar je leert wel waarom het installeren van een nieuwe server niet binnen vijf minuten gedaan is. Tenzij je natuurlijk beide einden inplugt en de rest simpelweg op de grond laat vallen. Doe dat niet – doe het liever goed. Label alle kabels (ja, aan beide uiteinden) en berg ze netjes weg. Dat spaart een hoop tijd als er een keer een probleem is.
17. Zorg dat je enige kennis hebt van energieverbruik. Een apparaat dat 3,5kW aan elektriciteit verbruikt, heeft enorm veel koeling nodig om de bijkomende hitte op te vangen. 3,5kW is het verbruik van zo’n 15 tot 20 redelijk nieuwe 1U en 2U servers. Dergelijk energieverbruik heeft gevolgen, bijvoorbeeld voor de hoeveelheid lucht die moet worden aan- en afgevoerd (daar heb je drie pijpen met een omtrek van 10 inch voor nodig…).
18. Geef ook eens leiding aan een project. Dan begrijp je tenminste waarom je projectmanager je zo vaak komt vragen om een status-update. Sterker: in het ideale geval zorg je zelf dat er een status-update de deur uit gaat vóór je manager er om vraagt, omdat je beseft dat dat nodig is.
19. Leer het verschil tussen kosten en investeringen. Kosten verlagen onmiddellijk het bedrijfsresultaat; een investering is een uitgave waarbij de kosten over meerdere jaren worden gespreid, meestal een periode van 3 jaar. In geval van een investering kunnen de kosten voor het lopende jaar lager zijn dan wanneer een uitgave volledig in één jaar in de kosten terecht komt. Het laatste heeft echter als voordeel dat er geen langere termijn effect optreedt. Als je budget nodig hebt, is het belangrijk te weten hoe je je aanvraag het beste kunt presenteren. De aard van de uitgaven moet de manier van presenteren natuurlijk wel aannemelijk maken.